Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de ambtenaar die is
ontslagen met ingang van 1 januari 2001 of later. (Zie ook
artikel 10:29 lid 1)
**1.** Het recht op wachtgeld vervalt:
met ingang van de dag waarop betrokkene de AOW-gerechtigde
leeftijd bereikt;
op de dag na het overlijden van de betrokkene;
op de dag dat betrokkene de in artikel 10:12, tweede en
derde lid, bedoelde inschrijving teniet doet of nalaat haar
op de door het arbeidsbureau dan wel de buitenlandse
instantie van arbeidsbemiddeling bepaalde tijdstippen te
doen verlengen;
op de dag dat betrokkene als ingeschrevene bij het
arbeidsbureau dan wel de buitenlandse instantie van
arbeidsbemiddeling verzuimt gevolg te geven aan een
oproeping of aanwijzing van die organisatie dan wel die
instantie, die kan leiden tot het verkrijgen van werk, dat
voor hem passend kan worden geacht dan wel weigert dergelijk
werk te aanvaarden.
**2.** Het recht op wachtgeld vervalt met ingang van de dag waarop
betrokkene recht verkrijgt op een WAO-uitkering, berekend naar een
arbeidsongeschiktheid van 80% of meer. Artikel 10:6, tweede lid is
van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat van dit
wachtgeld de duur, voor zover deze wordt berekend aan de hand van
artikel 10:8, en de hoogte worden vastgesteld te rekenen vanaf de
datum van ontslag.