A. Uitreiken van een waarschuwing gebiedsontzegging Indien de betrokkene een feit heeft gepleegd als genoemd in de feiten- en termijnentabel in de categorieën 1 en 2 wordt eerst een waarschuwing uitgereikt. De betrokkene heeft dan kans om het gedrag bij te stellen. Heeft betrokkene een feit gepleegd als genoemd in de feiten- en termijnentabel in de categorie 3 zal gezien de recidive en ernst van de delicten geen waarschuwing of voornemen tot het opleggen van een gebiedsontzegging worden uitgereikt. De aanvraag voor een waarschuwing gebiedsontzegging wordt door politie, via de ambtenaar openbare orde en veiligheid, bij de burgemeester ingediend.
De aanvraag dient te bevatten: • NAW gegevens van betrokkene, inclusief geboorteplaats en datum;
• Een duidelijk omschrijving van de feiten waaruit de verstoring van de openbare orde blijkt;
• Verwijzing naar de feiten- en termijnentabel (artikel(en) en bijbehorende termijn);
• Duidelijke motivering waarom gevaar voor herhaling/vervolg. Indien de burgemeester besluit tot het geven van een waarschuwing gebiedsontzegging volgt de opmaak van het besluit.
De waarschuwing gebiedsontzegging wordt in persoon aan de betrokkene uitgereikt. Dit wordt (indien mogelijk) gedaan door politie eventueel samen met de aov’er. Betrokkene moet tekenen voor ontvangst. B. Uitreiken van een voornemen gebiedsontzegging Indien de betrokkene binnen 12 maanden na het uitreiken van een schriftelijke waarschuwing opnieuw een overtreding uit de feitentabel pleegt, dan kan worden overgegaan tot het opleggen van een gebiedsontzegging. Betrokkene krijgt daartoe eerst een schriftelijk voornemen opgelegd. Politie levert ten behoeve van het voornemen het volgende aan de ambtenaar openbare orde en veiligheid aan: • NAW gegevens van betrokkene, inclusief geboorteplaats en datum;
• Een duidelijk omschrijving van de feiten waaruit de verstoring van de openbare orde blijkt;
• Verwijzing naar de feiten- en termijnentabel (artikel(en) en bijbehorende termijn). Indien de burgemeester besluit tot het opleggen van het voornemen tot gebiedsontzegging volgt de opmaak van het besluit.
Het voornemen wordt in persoon aan betrokkene uitgereikt en daarnaast per aangetekende post verstuurd (indien mogelijk). Betrokkene moet tekenen voor ontvangst van het voornemen. Indien de betrokkene op het moment van het plegen van het in de tabel genoemde strafbare feit in de voorgaande zes maanden ook al een gebiedsontzegging heeft gehad, dan wordt geen voornemen meer opgelegd maar direct overgegaan tot het opleggen van een nieuwe gebiedsontzegging. Betrokkene heeft dan niet de mogelijkheid om een zienswijze te geven. De betrokkene is al gewaarschuwd en heeft kansen gehad zijn gedrag aan te passen. Er bestaat dus een hernieuwde kans op het plegen van openbare orde verstoringen. C. Zienswijze betrokkene Betrokkene kan binnen vijf werkdagen nadat het voornemen tot gebiedsontzegging aan hem is uitgereikt zijn zienswijze aan de burgemeester kenbaar maken. Dit kan zowel schriftelijk als mondeling. Indien de betrokkene zijn zienswijze mondeling kenbaar wil maken dan vindt dit gesprek zo mogelijk plaats binnen de termijn van vijf werkdagen. Bij het zienswijzengesprek zijn in ieder geval de ambtenaar openbare orde en veiligheid en een politiefunctionaris (bij voorkeur degene die betrokkene heeft geverbaliseerd) aanwezig.
Van dit gesprek wordt door de gemeente een verslag gemaakt. De zienswijze wordt meegenomen in het door de burgemeester te nemen besluit. In verband met spoedeisendheid kan van de mogelijkheid om een zienswijze te geven worden afgezien (art. 4:11 Awb). Dit moet in het besluit worden gemotiveerd. Geweld tegen hulpverleners Indien er strafbare feiten (geweld) gepleegd worden tegen hulpverleners zijnde politieambtenaren, ambulancepersoneel, brandweerpersoneel of tegen gekwalificeerde horecaportiers wordt geen waarschuwing of voornemen voor een gebiedsontzegging uitgereikt. In deze gevallen wordt direct een gebiedsontzegging opgelegd voor de periode overeenkomstig de categorie als genoemd in de feitentabel. D. Opleggen gebiedsontzegging Een gebiedsontzegging wordt door de burgemeester opgelegd uiterlijk twee weken na: • het zienswijzengesprek;
• het ontvangen van de schriftelijke zienswijze;
• na afloop van de zienswijzentermijn als betrokkene geen zienswijze heeft ingediend. In de beschikking wordt het tijdvak en het gebied waarvoor de gebiedsontzegging geldt omschreven. Tevens wordt een kaart met het betreffende gebied als bijlage toegevoegd.
Ook wordt in de beschikking een duidelijke motivatie voor het opleggen van de gebiedsontzegging beschreven.
De betrokkene wordt gewezen op de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen tegen het definitieve besluit.
De gebiedsontzegging treedt in werking op de dag dat deze aan betrokkene wordt uitgereikt. Als een gebiedsontzegging wordt uitgereikt terwijl er al een ontzegging geldt dan gaat de termijn van de nieuwe ontzegging in na afloop van de eerdere ontzegging. De beschikking wordt door de politie, eventueel samen met de ambtenaar openbare orde en veiligheid, aan de betrokkene uitgereikt en (indien mogelijk) aangetekend verstuurd.
Betrokkene moet voor tekenen ontvangst. De politiefunctionaris maakt een ambtelijk verslag op van het uitreiken, ook indien de beschikking niet aan betrokkene in persoon uitgereikt kon worden. Indien de burgemeester besluit geen gebiedsontzegging op te leggen ontvangt betrokkene hiervan schriftelijk bericht. Een afschrift van het besluit wordt verzonden naar de teamchef van politie, officier van justitie en het gemeente archief. Het opleggen van een gebiedsontzegging houdt niet in dat er geen strafrechtelijke vervolging meer plaatsvindt door het Openbaar Ministerie tegen de gepleegde strafbare feiten.