Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1 Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget

Artikel 1

Regels rond verstrekking en verantwoording

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Deurne 2012

1.1 Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de aanvrager. 1.2 Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien: a. een algemene voorziening zoals omschreven in de Verordening adequaat is. Een persoonsgebonden budget wordt alleen verstrekt ten aanzien van individuele voorzieningen; b. op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget, tenzij de aanvrager de beschikking heeft over een derde die zorg draagt over het beheer; c. de aanvrager eerder onverantwoord is omgegaan met een persoonsgebonden budget voor individuele Wmo- voorzieningen. d. er sprake is van in de persoon gelegen bezwaren. 1.3 Een aanvrager als bedoeld onder 1.2. onder b. of c. kan alsnog in aanmerking komen voor een persoonsgebonden budget, als na een herbeoordeling blijkt dat, door gewijzigde omstandigheden, de aanvrager vermoedelijk wel verantwoord met het persoonsgebonden budget kan omgaan. Het college kan voor de herbeoordeling advies inwinnen bij deskundigen. 1.4 Het persoonsgebonden budget wordt bij beschikking bekendgemaakt aan de aanvrager. De beschikking vermeldt: de omvang van het persoonsgebonden budget; de termijn waarvoor het persoonsgebonden budget bestemd is; voor welke voorziening het persoonsgebonden budget is bestemd, met verwijzing naar het bijgevoegde programma van eisen waarin is aangegeven aan welke vereisten de voorziening dient te voldoen om adequaat te zijn; indien van toepassing: een aankondiging van de eigen bijdrage/het eigen aandeel in de kosten. De eigen bijdrage wordt vastgesteld en geïnd door het CAK. e. Een toelichting op de voorwaarden verbonden aan de inzet van het persoonsgebonden budget. 1.5 Na verzending van de beschikking wordt het persoonsgebonden budget ter beschikking gesteld door storting op de rekening van de aanvrager of wettelijk vertegenwoordiger aanvrager optreedt. 1.6 De verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het college vindt plaats na verstrekking van het budget. Controle op de verantwoording vindt steekproefsgewijs plaats na afloop van de verstrekking dan wel na afloop van enig kalenderjaar en heeft een minimale omvang van 15 % van de verstrekte persoonsgebonden budgetten. 1.7 In het kader van de verantwoording zoals bedoeld in artikel 1.6 dient iedere budgethouder de volgende stukken 5 jaarte bewaren: - de nota van de aangeschafte voorziening; - een betalingsbewijs van aanschaf van de voorziening; - schriftelijke overeenkomst met de hulpverlener(s) of erkende zorgaanbieders en een overzicht van de verstrekte vergoedingen (declaratieformulieren) en of de overeenkomst met de Sociale Verzekeringsbank t.b.v. houders van een persoonsgebonden budget - alle overige documenten met betrekking tot inzicht in de besteding van het verstrekte persoonsgebonden budget.

Rechtspraak bij dit artikel