**1..** Onder de naam "rioolheffing" worden geheven:
een heffing van degene die bij het begin van het belastingjaar
het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van
een eigendom, dat direct of indirect is aangesloten op de
gemeentelijke riolering;
een heffing van de gebruiker van een eigendom, dat direct of
indirect is aangesloten op de
gemeentelijke riolering;
een heffing van de gebruiker van een eigendom van waaruit meer
dan 1000 m3 afvalwater direct of indirect op de
gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.
**2..** Met betrekking tot de heffing als bedoeld in het eerste lid, onderdeel
a. wordt, ingeval het eigendom een onroerende zaak is, als genothebbende
krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het
begin van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is
vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende
krachtens eigendom, bezit of beperkt heffing is.
**3..** Met betrekking tot de heffing als bedoeld in het eerste lid, onderdeel
b. wordt als gebruiker aangemerkt:
degene die naar de omstandigheden beoordeeld het eigendom al dan
niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
recht gebruikt;
ingeval een gedeelte van een eigendom niet een gedeelte als
bedoeld in artikel 3 ten gebruike is afgestaan: degene die dat
gedeelte in gebruik heeft afgestaan.
het ter beschikking stellen van een eigendom voor volgtijdig
gebruik wordt aangemerkt als gebruik door degene die het
eigendom ter beschikking heeft gesteld; degene die het eigendom
ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als
zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking
is gesteld.
Artikel 3
Belastbaar feit en belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van Rioolheffing 2012