Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Belastbaar feit en belastingplicht

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2012

1. De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. 2. Voor de belasting zoals is bedoeld in het eerste lid, wordt als gebruiker aangemerkt: a. degene die, naar de omstandigheden beoordeeld, het perceel al dan niet door eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; b. ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als bedoeld in artikel 3 voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan. 3. Gebruik door leden van een huishouden wordt aangemerkt als gebruik door een door burgemeester en wethouders aan te wijzen lid van dat huishouden. 4. Het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik wordt aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld. 5. Als gebruiker van een recreatieterrein wordt aangemerkt degene die het recreatieterrein exploiteert, dan wel een vereniging van eigenaren of gebruikers van de percelen die deel uitmaken van het recreatieterrein.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel