Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3:

Kapverbod

Onderdeel van Bomenverordening 2011

Lid 1. Het verbod om te kappen zonder vergunning is beperkt tot houtopstand die behoort tot bepaalde categorieën: (voorlopige) monumentale, (voorlopige) bijzondere en (voorlopige) structurele houtopstand. Voorlopige monumentale, bijzondere of structurele houtopstand is houtopstand die naar het oordeel van B&W moet worden aangewezen als monumentale, bijzondere of structurele houtopstand. Deze houtopstand moet gedurende de procedure die leidt tot al dan niet aanwijzen vergunningplichtig zijn om te voorkomen dat deze gedurende de termijn die voor die aanwijzing nodig is, lichtvaardig gekapt wordt. De houtopstand is immers niet kapvergunningplichtig op het moment dat het voornemen bekendgemaakt wordt deze monumentaal, bijzonder of structureel te verklaren. Het is nodig het voornemen bekend te maken omdat eigenaren op dat voornemen hun zienswijze kenbaar moeten kunnen maken. Lid 2. De in dit lid genoemde bomen mogen op grond van de Boswet niet kapvergunningplichtig gesteld worden, ook niet als ze behoren tot de monumentale, bijzondere of structurele houtopstand. Als ze daar toch toe behoren kan dat alleen betekenis hebben voor aan de status verbonden rechten, en wellicht voor de aan die rechten verbonden verplichtingen. Het betekent niet dat ze kapvergunningplichtig zijn, want de gemeente mag niet handelen in strijd met hogere regelgeving. Lid 3. Hier staan twee uitzonderingen op de kapvergunningplicht voor vergunningplichtige bomen. Bij de eerste gaat het om situaties waarin snel gehandeld moet worden en wachten op een kapvergunning te lang zou duren, terwijl gezien de reden van kappen zeker een kapvergunning verleend zou worden (Plantenziektewet, aanschrijving, last, zeer zwaarwegende dringende redenen). Bij de tweede gaat het om situaties waarin sprake is van een van oudsher geaccepteerd en te respecteren gebruik van bomen (hakhout), van het opnieuw in een eerder gekozen vorm snoeien (knotten of kandelaberen), en van een onderhoudsmaatregel gericht op voortbestaan van de houtopstand (dunnen), Hier worden de bomen niet gekapt, maar juist verzorgd of, bij hakhout, op een te respecteren manier gebruikt. Voor knotten en kandelaberen geldt dat de eerste keer een opgaande (normale) kapvergunningplichtige boom knotten of kandelaberen wel vergunningplichtig is omdat het hierbij gaat om maatregelen die de dood of ernstige beschadiging tot gevolg kunnen hebben. Ook het compleet verwijderen van een tot dan toe als hakhout gebruikte omgevingsvergunningplichtige houtopstand is omgevingsvergunningplichtig. Er staat hier kan omdat de bomen uiteraard alleen kapvergunningplichtig zijn als ze vallen onder lid 1 (van artikel 3). Op grond van artikel 6 lid 1 kan een herplantplicht worden opgelegd in gevallen waarin een kapvergunningplichtige boom zonder vergunning is gekapt of bij zo’n boom een kapvergunningvrije maatregel zodanig onbekwaam is toegepast dat de boom is vernield in plaats van verzorgd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel