**1..** Indien de jongere zich zeer ernstig misdraagt tegenover het college of zijn ambtenaren en medewerkers van andere organisaties die belast zijn met de uitvoering van de wet, onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uivoering van de wet, als bedoeld in artikel 41, eerste lid van de wet, wordt een afstemming gedurende één maand opgelegd in de volgende situaties:
verbaal geweld en discriminatie: 20 procent van de Wij-norm;
intimidatie en bedreiging: 40 procent van de Wij-norm;
zaakgericht fysiek geweld: 60 procent van de Wij-norm;
mensgericht fysiek geweld: 80 procent van de Wij-norm;
een combinatie van geweldsvormen:100 procent van de Wij-norm.
**2..** In afwijking van het eerste lid kan de duur van de afstemming worden verdubbeld, indien de jongere zich binnen 24 maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een afstemming is opgelegd, opnieuw zeer ernstig misdraagt. Met een besluit waarmee een afstemming is opgelegd, wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 7, tweede lid.
**3..** In aanvulling op het eerste lid kan, conform het bepaalde in de Nota anti-agressiebeleid, door of namens het college aangifte worden gedaan bij de politie, dan wel voor een door het college nader te bepalen periode de toegang tot het stadhuis en de afdeling werk en inkomen worden ontzegd.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 10.
Zeer ernstige misdragingen
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet investeren in jongeren gemeente Doetinchem 2011