Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Grondslagen waarderingssubsidie en budgetsubsidie

Onderdeel van Beleidsregels vorming en educatie

1.. De instelling die voor een waarderingssubsidie in aanmerking komt, krijgt in ieder geval een vast bedrag. 2.. Naast een vast bedrag als bedoeld in lid 1kan aan een instelling een aanvullende subsidie worden verstrekt, bestaande uit een bedrag per lid. Deze aanvullende subsidie wordt toegekend indien de activiteiten gericht zijn op hetgeen is omschreven in regel 2. 3.. De grondslagen voor de verschillende werksoorten met betrekking tot een waarderingssubsidie zijn: Vrouwenorganisaties: - een vast bedrag; - een aanvullende subsidie in de vorm van een vast bedrag per lid. Natuur- en milieueducatie organisaties: - een vast bedrag; - een aanvullende subsidie in de vorm een gelijk bedrag per uitvoerende Wereldwinkelorganisaties: - een vast bedrag; - een aanvullende subsidie in de vorm van een gelijk bedrag per uitvoerende organisatie. Vormingsorganisaties: - een vast bedrag; - een aanvullende subsidie in de vorm van; 1. een vast bedrag per inwoner in de leeftijd van 18 tot en met 64 jaar in de kern waar de organisatie statutair gevestigd is; 2. een vast bedrag per deelnemer tot een maximum van 125 deelnemers. Sociaal culturele activiteiten (buurtverenigingen): - een vast bedrag - een aanvullende subsidie: 1. in de vorm van een vast bedrag per jaar voor instandhouding van de accommodatie; 2. voor activiteiten: een vast bedrag per wijk/buurt 0-1.000 en >1.000 inwoners. 4.. De grondslag voor een werksoort die een budgetsubsidie ontvangt is: Opstapje: - een vast bedrag per deelnemende ouder. 5.. Als peildatum voor de vaststelling van aantal inwoners en/of leden wordt 1 januari van het eerste jaar van de vierjaarlijkse subsidieperiode aangemerkt.

Rechtspraak bij dit artikel