**1..** De aanspraak op bekostiging van een voorziening vervalt, indien
niet door de aanvrager vóór 1 december van het jaar volgend op
de vaststelling van het programma een bouwopdracht heeft
verleend, dan wel een koop-, huur- of erfpachtovereenkomst heeft
gesloten en een afschrift hiervan niet voor 15 december
daaropvolgend aan het college is gezonden. De in de eerste
volzin bedoelde bouwopdracht is onherroepelijk en vermeldt de
aanvangsdatum van het werk en de termijn, uitgedrukt in het
aantal werkbare dagen, waarbinnen het werk wordt opgeleverd. De
in de eerste volzin bedoelde overeenkomsten zijn onherroepelijk.
Een huur- of erfpachtovereenkomst vermeldt de datum van
inwerkingtreding, alsmede de duur van de overeenkomst. Een
koopovereenkomst vermeldt de datum van aankoop.
**2..** De aanspraak op bekostiging vervalt niet, indien de
overschrijding van de termijn als bedoeld in het eerste lid
veroorzaakt wordt door bijzondere omstandigheden die niet aan de
aanvrager zijn toe te rekenen en de aanvrager voor 1 december
een schriftelijk gemotiveerd verzoek tot verlenging van de
termijn, als bedoeld in het eerste lid, heeft ingediend.
**3..** Standaard wordt de aanspraak op bekostiging met maximaal een
jaar verlengd. In het tweede jaar beslist het college voor 15
december op een herhaald verzoek tot verlenging van nog een
termijn van een jaar. Indien het verzoek wordt ingewilligd,
wordt in het besluit aangegeven tot welke datum de termijn als
bedoeld in het eerste lid wordt verlengd.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.4
Artikel 18
Vervallen aanspraak op bekostiging
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Brummen