Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 2.

Het opleggen van een maatregel

Onderdeel van Maatregelverordening Wwb Noordoostpolder 2012

1.. Overeenkomstig deze verordening legt het college een maatregel op indien: de belanghebbende naar het oordeel van het college een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan, of indien de belanghebbende naar het oordeel van het college de uit de wet of de artikelen 28, tweede lid, of artikel 29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen voortvloeiende verplichtingen, waaronder begrepen het zich jegens het college zeer ernstig misdragen, niet of onvoldoende nakomt, of indien de belanghebbende de verplichtingen als genoemd in artikel 7, eerste en tweede lid van de Participatieverordening Noordoostpolder 2012 niet of onvoldoende nakomt. 2.. Een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de omstandigheden waarin hij verkeert.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel