Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening heffing en invordering van parkeerbelastingen 2012

1.. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren. 2.. in afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen één maand na het einde van het parkeren, als het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon (of ander communicatiemiddel) inloggen op de centrale computer. 3.. De belasting in artikel 2, onderdeel b, moet worden betaald binnen één maand na dagtekening van het aanslagbiljet. 4.. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel