Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 20.

Uitstroompremie

Onderdeel van Participatieverordening Noordoostpolder 2012

1.. Aan de uitkeringsgerechtigde die tenminste twee kalenderjaren onafgebroken geheel werkloos is geweest en minimaal 6 maanden een algemene uitkering op grond van de wet, de Wet investeren in jongeren, de IOAW of IOAZ heeft ontvangen, en aansluitend een dienstbetrekking aanvaardt of zelfstandig een bedrijf start, kan een uitstroompremie worden verstrekt. 2.. Het recht op een uitstroompremie overeenkomstig het in lid 1 gestelde, ontstaat als er 6 maanden aaneengesloten arbeid in dienstbetrekking(en) of als zelfstandige is verricht waarbij geen (aanvullende) bijstandsuitkering ter voorziening in de kosten van levensonderhoud of een uitkering op grond van het Bbz wordt ontvangen. 3.. De premie wordt geweigerd indien bij de beoordeling blijkt dat de belanghebbende de verplichtingen genoemd in de wet of in artikel 7 van deze verordening in de voorafgaande zes maanden heeft geschonden. 4.. De uitstroompremie bedraagt maximaal € 500,- netto en wordt eenmalig beschikbaar gesteld. 5.. De uitkeringsgerechtigde vraagt een uitstroompremie zelf aan. 6.. Het college kan het in dit artikel genoemde bedrag aanpassen.

Rechtspraak bij dit artikel