1. Op de begraafplaatsen kunnen worden uitgegeven: a. eigen/particuliere graven en eigen/particuliere urnengraven; b. eigen/particuliere urnennissen; c. eigen/particuliere gedenkplaatsen. 2. Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in de eigen/particuliere graven en hoeveel verstrooiingen van as er op de eigen/particuliere graven kunnen plaatshebben. Het college bepaalt tevens de afmetingen en de uitgifteduur van de eigen/particuliere graven. De uitgifteduur kan niet korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld in de Wet op de lijkbezorging.
Hoofdstuk 4
Artikel 10
Indeling graven en asbezorging
Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats(en) voor de gemeente Maasgouw 2012