**1..** Bij de aanvraag moet de aanvrager de volgende stukken aanleveren:
bewijs van inkomen en vermogen per datum van aanvraag of per 31 december van het jaar waarin de kosten gemaakt zijn, indien de aanvraag eerst na afloop van dat jaar wordt ingediend. Tot deze bewijsstukken behoren in ieder geval loonstroken en bankafschriften van alle rekeningen;
bewijs van de gemaakte kosten in de vorm van een nota of bankafschrift;
een machtiging van aanvrager indien de kosten rechtstreeks betaald moeten worden aan degene die de betreffende dienst verleent of de activiteit aanbiedt.
**2..** In afwijking van het eerste lid onder a is de aanvrager niet verplicht de stukken aan te leveren als sprake is van een vervolgaanvraag en de gegevens niet zijn gewijzigd. In dat geval kan de aanvrager volstaan met een verklaring dat de gegevens niet zijn gewijzigd.
**3..** In afwijking van het eerste lid, onder a, is de aanvrager niet verplicht de stukken aan te leveren als reeds vaststaat dat iemand tot de doelgroep behoord. Dit is het geval bij:
personen met een WWB uitkering voor levensonderhoud;
personen waarvan het inkomen en vermogen in de laatste 12 maanden al is getoetst en waarbij recht op bijzondere bijstand is vastgesteld;
personen die in het jaar van de aanvraag reeds kwijtschelding van gemeentelijke belastingen hebben verkregen of een toekenning voor één van de andere minimaregelingen;
personen in een minnelijk schuldhulpverleningstraject conform de normen van de NvvK of in een WSNP-regeling.