Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Afdeling 4

Artikel 4.13

Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2012

1.. Het is verboden op een door het college aangewezen plaats buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht en buiten de weg gelegen in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; kampeermiddelen, zijnde onderkomens of voertuigen waarvoor geen omgevingsvergunning  is vereist en die bestemd of opgericht zijn dan wel gebruikt worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf, of onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. 2.. Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een bepaald voorwerp of bepaalde stof op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben. 3.. Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid nadere regels stellen. 4.. Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien bij of krachtens de Wet ruimtelijke ordening of de Omgevingsverordening Overijssel 2009.

Rechtspraak bij dit artikel