Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 16.

Artikel 2.84

Weigeringsgronden

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2012

1.. De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging en/of de exploitatie van de inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, met een leefmilieuverordening of met het bepaalde in of krachtens deze verordening. 2.. De burgemeester kan de vergunning weigeren indien naar zijn oordeel door de aanwezigheid van de inrichting de openbare orde wordt aangetast en/of het woon- of leefklimaat in de omgeving van de inrichting nadelig wordt beïnvloed. 3.. Bij de toepassing van de in het vorige lid genoemde weigeringgrond houdt de burgemeester in ieder geval rekening met: het karakter van de straat en van de wijk waarin de inrichting is gelegen of zal komen te liggen; de aard van de inrichting; de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van de inrichting; de concentratie van inrichtingen in een bepaald gebied; de wijze van bedrijfsuitoefening door de leidinggevende(n) van de inrichting in deze of in andere inrichtingen; de wijze van bedrijfsuitoefening van de inrichting in het verleden.

Rechtspraak bij dit artikel