Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Algemene regels

Onderdeel van Uitvoeringsregeling subsidies incidentele activiteiten

1.. De desbetreffende activiteit dient te worden uitgevoerd in het jaar van subsidietoekenning, tenzij het college vooraf toestemming heeft gegeven om de gehele activiteit of het laatste gedeelte van de activiteit uit te voeren in de eerste helft van het daaropvolgende jaar. 2.. Aanwezigheid van een naar het oordeel van burgemeester en wethouder acceptabele kosten/baten verhouding is van doorslaggevende betekenis bij de beoordeling van een subsidieaanvraag; kortom - is de activiteit wat betreft het verwachte resultaat het benodigde subsidiebedrag waard. 3.. De aanvrager dient aannemelijk te maken dat hij voldoet aan de criteria die in artikel 4 gesteld zijn voor het onderdeel waarvoor hij subsidie aanvraagt. 4.. Waar gezien de aard van de activiteiten daartoe mogelijkheden aanwezig kunnen worden geacht, maakt de aanvrager gebruik van voorliggende voorzieningen (sponsoring, fondsen en/of andere subsidiemogelijkheden). De aanvrager dient dan daarop gerichte inspanning aan te tonen. 5.. In alle gevallen waarin deze uitvoeringsregeling niet voorziet of onduidelijk is, beslist het college. In bijzondere gevallen kan het college gemotiveerd van deze uitvoeringsregels afwijken. 6.. Bij de subsidieaanvraag dient een begroting te worden gevoegd waarin alle kosten/uitgaven gespecificeerd vermeld zijn die direct verband houden met de activiteit waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Aan de hand van deze begroting wordt het voorlopige subsidiebedrag berekend. 7.. Directe subsidiëring van zelfhulpgroepen draagt het gevaar in zich van institutionalisering en aantasting van het zelfhulpkarakter. Daarom wordt afgezien van een directe gemeentelijke subsidiëring van zelfhulpactiviteiten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel