De betaaltermijn voor geldschulden als bedoeld in artikel 3, onder a, d en f is:
a. voor de fractievoorzittersvergoeding: acht weken na het besluit
van de burgemeester;
b. voor de overige vergoedingen: acht weken na ontvangst van de
declaratie.
De betaaltermijn voor geldschulden als bedoeld in artikel 3, onder b en c is: binnen acht weken na datum indiensttreding en na ontvangst van de persoonsgegevens.
De betaaltermijn voor geldschulden als bedoeld in artikel 3, onder e is: twee keer per jaar, uitbetaald in juli en januari.
De betaaltermijn voor geldschulden als bedoeld in artikel 3, onder g is:
a. voor vergoedingen die geen presentiegelden raadscommissie zijn: binnen acht weken na ontvangst van de aanvraagformulieren en/of ontslagaanvraag
b. voor presentiegelden raadscommissie: twee keer per jaar, uitbetaald in maart en september.
De betaaltermijn voor geldschulden als bedoeld in artikel 3, onder h is: twee keer per jaar, uitbetaald na ontvangst van het aanvraagformulier in mei en december.
De betaaltermijn voor geldschulden als bedoeld in artikel 3, onder i is geregeld in de artikelen 31 en 32 van de hoofdstuk XIV van de Verordening geldelijke, secundaire en facilitaire voorzieningen gemeentebestuur 2002.
De betaaltermijn voor geldschulden als bedoeld in artikel 3, onder j is: binnen acht weken na het toekennen van de vergoeding.
Chartale betaling