1. De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers
eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de
raad.
2. Een lid en zijn plaatsvervanger houden op lid te zijn van een
raadscommissie indien zij niet meer voldoen aan de in artikel 4, vijfde
lid, gestelde eisen.
3. De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens
voordracht het lid is benoemd.
4. De raad kan de voorzitter ontslaan.
5. Een lid en de voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij
doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een
maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun
opvolger is benoemd.
6. Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de
raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van
artikel 4 en 5.
7. Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de
voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad,
vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die fractie
is benoemd, van rechtswege.
Hoofdstuk 2.
Artikel 6.
Zittingsduur en vacatures
Onderdeel van Verordening op de raadscommissies gemeente Bladel 2012