Vaststelling hoorzitting en uitnodiging
De voorzitter van de kamer bepaalt dag, plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbende(n) en het bestuursorgaan in de gelegenheid worden gesteld te worden gehoord.
In voorkomend geval beslist de voorzitter over de mogelijkheid om af te zien van het horen van belanghebbende(n) op grond van artikel 7:3 van de wet.
De secretaris van de kamer zendt belanghebbende(n) en het bestuursorgaan ten minste tien dagen voor de vastgestelde datum een schriftelijke uitnodiging voor de hoorzitting vergezeld van de op het bezwaar betrekking hebbende stukken.
Hoofdstuk IV
Artikel 8
Artikel 8
Onderdeel van Verordening inzake de behandeling van bezwaarschriften