Naar hoofdinhoud

Artikel 7.

Ontheffing

Onderdeel van Resthout met beleid verbranden

1.Een aanvraag voor een ontheffing voor het paasvuur of het anderszins verbranden van gerooid hout of snoeihout dat bijvoorbeeld ontstaat bij het onderhoud van karakteristieke landschapselementen en erfbeplanting dient uiterlijk 8 weken voor de beoogde stookdatum schriftelijk bij het college te worden ingediend. 2.Een aanvraag voor een ontheffing voor het verbranden van ziek hout moet minimaal 4 uren voor het aansteken van het vuur telefonisch bij de gemeente, de plaatselijke politie en brandweer gemeld worden. Bij twijfel dient de betrokkene een verklaring van de Plantenziektekundige Dienst (Wageningen) in te dienen, waarmee wordt aangetoond dat het om een besmettelijke boomziekte gaat. Een ontheffing wordt, met uitzondering bij ziek hout, altijd schriftelijk verleend. Een ontheffing is voor één branding op maximaal twee aaneengesloten dagen geldig. Een ontheffing is geldig voor één perceel of aaneengesloten percelen. Uiterlijk 4 uren voor aanvang van het stoken dient degene aan wie de ontheffing is verleend, dit aan de gemeente, de plaatselijke politie en brandweer te melden. 7.Indien het door weersomstandigheden of andere redenen niet mogelijk is op de aangegeven datum te stoken, blijft de ontheffing met uitzondering van de op grond van artikel 5 verleende ontheffing, gedurende het stookseizoen van kracht. Van uitstel dient de gemeente in kennis te worden gesteld. 8.Voor het stoken van een vuur binnen de bebouwde kom of in een bodembeschermingsgebied wordt geen ontheffing verleend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel