A. Wanneer de overledene geen verzekering heeft afgesloten voor de kosten van
v legeskosten overlijdensakte
v rouwkaarten
v werkzaamheden uitvaartverzorger
v eenvoudige kist
v grafrechten (voor een algemeen graf, niet voor een graf in eigendom)
v kosten crematie
v rouwauto met maximaal 1 volgauto
v opbaren in rouwcentrum
v dragers
v eenvoudige grafzerk
v kosten eredienst en / of kosten die voortvloeien uit culturele en religieuze achtergrond v koffietafel etc.
kunnen wij aan erfgenamen en bloed- en aanverwanten die niet over toereikende middelen beschikken om (zijn aandeel in) de uitvaartkosten te voldoen bijzondere bijstand verstrekken.
B. De hoogte van de bijzondere bijstand afleiden uit de richtprijzen van het Nibud.
C. Wij verstrekken geen bijzondere bijstand voor het vervoer naar en begrafeniskosten in het buitenland.
Toeslag voormalig alleenstaande ouders
Het bereiken van de 18-jarige leeftijd door het jongste ten laste komende kind heeft voor een alleenstaande ouder financiële gevolgen. De basisnorm algemene bijstand verandert van die voor een alleenstaande ouder, zijnde 70% van de gehuwdennorm, naar die voor een alleenstaande, zijnde 50% van de gehuwdennorm. Dit betekent een inkomensachteruitgang van dik € 200 netto per maand inclusief vakantietoeslag. De voormalige alleenstaande ouder zal in de regel tijd nodig hebben om het uitgavenpatroon aan te passen aan de teruggang inkomen. Onder die omstandigheden moet het college bevoegd worden geacht om in voorkomende gevallen voor deze kosten bijzondere bijstand te verlenen.
Om in een aantal gevallen de daling van het inkomen enigszins op te vangen, wordt een toeslag = bijzondere bijstand verleend aan een voormalig alleenstaande ouder die een gezamenlijk huishouding voert met zijn voormalig ten laste komende kind.
De toeslag wordt ook verstrekt indien het totale gezinsinkomen daalt tot onder de gehuwdennorm voor belanghebbenden van 21 tot 65 jaar, doordat een minderjarig kind van 16 of 17 jaar gaat werken. Daardoor vervalt namelijk het recht op kinderbijslag en de alleenstaande ouder wordt voor de toepassing van de WWB alleenstaande.
De hoogte van deze toeslag wordt nadat het kind 18 jaar is geworden vastgesteld op € 200 per maand. Gedurende het 2e jaar is dit € 130 en gedurende het 3e jaar € 70. Door deze afbouw went de klant langzaam aan het lagere inkomen.
Deze regeling gaat per 1 juli 2008 in. Voor personen aan wie voor 1 juli 2008 een garantietoeslag is toegekend blijft de oude regeling van toepassing.
Het verstrekken van de toeslag eindigt op het moment dat het kind de leeftijd van 21 jaar bereikt.