Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 54

Artikel 54

Onderdeel van Richtlijnen bijzondere bijstand

Wij verstrekken geen bijzondere bijstand voor reiskosten woon-werkverkeer. Bijstand voor reiskosten bezoek gedetineerde De kosten verbonden aan het bezoeken van een gedetineerde behoren - in beginsel - niet tot de kosten van vervoer voor de deelname aan het maatschappelijk verkeer en/of tot de kosten van het leven van alledag die in de regel uit de ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan verstrekte normuitkering dienen te worden bestreden. De vervoerskosten verbonden aan het bezoeken van een gedetineerde worden met een ander doel gemaakt. Het betreft hier dan ook (meestal) uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende kosten. Indien onomstreden is, dat het noodzakelijk kosten betreft, achtte de CRvB het niet juist om bij de bepaling van de hoogte van de bijzondere bijstand rekening houden met het aandeel voor vervoerskosten dat begrepen is in de normuitkering. Dit betekent dat in dat geval de reiskosten volledig voor vergoeding in aanmerking komen voorzover de kosten aantoonbaar zijn. De noodzaak voor het bezoeken van een gedetineerde wordt aanwezig geacht indien: ° de gedetineerde behoort tot het gezin* van belanghebbende, en ° de gedetineerde verblijft in een gesloten inrichting (= geen recht op verlof), en ° de inrichting buiten de gemeente is gelegen (maar binnen Nederland!), en  ° de bezoekfrequentie maximaal 1 keer per maand per gezinslid bedraagt. * gezin = partner, kinderen en ouders De hoogte van de bijzonder bijstand is gelijk aan de kosten van openbaar vervoer voor het betreffende traject. Om die reden worden kinderen jonger dan 12 jaar, in voorkomende gevallen, geacht mee te reizen met de ouder. Zij kunnen dan namelijk met een railrunner reizen. Is betreffende inrichting niet per openbaar vervoer te bereiken dan is de vergoeding  conform de kilometerprijs op grond van het Besluit Ziekenvervoer Ziekenfondsverzekering 1980. De bijzondere bijstand betalen wij achteraf na het overleggen van een vervoersbewijs en een bezoekbewijs.  In incidentele gevallen kan de bijzondere bijstand op grond van bijzondere omstandigheden vooraf betaald worden. In dat geval moeten vervoers- of bezoekbewijzen na de aangevraagde bezoekdatum worden overgelegd. Bij het niet voldoen aan deze verplichtingen vorderen wij de verstrekte bijstand terug.

Rechtspraak bij dit artikel