…......inzameldienst
Het is verboden andere categorieën van afvalstoffen dan
huishoudelijke afvalstoffen aan te bieden aan de
inzameldienst.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor die
categorieën afvalstoffen die zijn aangewezen krachtens
artikel 4:42, voorzover degene die gebruik maakt van de
inzameling door de inzameldienst voldoet aan de daarmee
ontstane belastingplicht op grond van de verordening
reinigingsrecht.
Het college kan regels stellen omtrent de dagen, tijden,
wijzen en plaatsen waarop de in artikel 4:42 bedoelde
afvalstoffen aan de inzameldienst ter inzameling kunnen
worden aangeboden.
Het is verboden afvalstoffen die zijn aangewezen krachtens
artikel 4:42 ter inzameling aan te bieden in strijd met
hetgeen krachtens dit artikel is bepaald.
Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover de Wet
milieubeheer, de Destructiewet, of de provinciale
milieuverordening van toepassing is.
HOOFDSTUK 5
Hoofdstuk 5 Andere onderwerpen betreffende de
huishouding der gemeente
Afdeling 1 Parkeerexcessen
Artikel 5:1 Begripsbepalingen
In deze afdeling wordt verstaan onder:
voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1,
onder al, van het Reglement verkeersregels en
verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van
kleine wagens zoals: kruiwagens, kinderwagens en
rolstoelen;
parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder
ac, van het Reglement verkeersregels en
verkeerstekens (RVV 1990).
Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf
e.d.
1.Het is degene die er zijn bedrijf,
nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt
voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen,
te verhuren of te verhandelen, verboden:
drie of meer voertuigen die hem toebehoren of
zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen
een cirkel met een straal van 25 meter met als
middelpunt een van deze voertuigen;
de weg als werkplaats voor voertuigen te
gebruiken.
2.Onder verhuren als bedoeld in dit artikel
wordt mede verstaan:
het gebruiken van een voertuig voor het geven
van lessen;
het gebruiken van een voertuig voor het
vervoeren van personen tegen betaling.
Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel
worden niet gerekend:
voertuigen waaraan herstel- of
onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in
totaal niet meer dan een uur vergen, en dit
gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt
voor deze werkzaamheden;
voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in
het eerste lid bedoelde persoon.
Het college kan ontheffing van het verbod
verlenen.
De ontheffing is persoonsgebonden.
Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen
(vervallen)
Artikel 5:4 Defecte voertuigen
Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van
andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan
of mag worden gereden, langer dan op drie
achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.
Artikel 5:5 Voertuigwrakken
Het is verboden een voertuigwrak op de weg te
plaatsen of te hebben.
Onder voertuigwrak wordt verstaan: een
voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van
onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
toestand verkeert.
Het verbod geldt niet voorzover in het daarin
geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
milieubeheer.
Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a.
Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen,
caravan, camper, magazijnwagen, aanhangwagen,
keetwagen of ander dergelijk voertuig dat voor de
recreatie dan wel anderszins uitsluitend of mede
voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebezigd
langer dan op 5 achtereenvolgende dagen te laten
staan op een door het college aangewezen weg, waar
dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog
op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of
schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de
gemeente.
De rechthebbende op een voertuig als genoemd
in lid 1 wordt geacht op dezelfde plaats te zijn
gebleven indien het voertuig binnen een straal van
500 meter - hemelsbreed gemeten - gerekend vanaf
de in lid 1 bedoelde plaats wordt
aangetroffen.
Het is de rechthebbende op een voertuig als
genoemd in lid 1 verboden het voertuig binnen vijf
dagen nadat het is verplaatst, opnieuw neer te
zetten op de in lid 1 bedoelde plaats.
Het college kan ontheffing verlenen van het in
het eerste lid gestelde verbod.
Het verbod geldt niet voorzover in het daarin
geregelde onderwerp wordt voorzien door het
Provinciaal wegenreglement Fryslân of de
Provinciale landschapsverordening Fryslân.
De ontheffing is persoonsgebonden.
Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen of
vaartuigen
Het is verboden een voertuig of een vaartuig
dat is voorzien van een aanduiding van
handelsreclame, op de weg te parkeren of te
plaatsen met het kennelijk doel om daarmee
handelsreclame te maken. Onder handelsreclame
wordt mede verstaan het te koop of te huur
aanbieden van een voertuig of een vaartuig.
Het college kan van dit verbod ontheffing
verlenen.
De ontheffing is persoonsgebonden.
Artikel 5:8 Parkeren van grote
voertuigen
Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip
van de lading, een lengte heeft van meer dan 6
meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te
parkeren op een door het college aangewezen
plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is
voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.
Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip
van de lading, een lengte heeft van meer dan 6
meter te parkeren op een door het college
aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn
oordeel buitensporig is met het oog op de
verdeling van beschikbare parkeerruimte.
3Het in het tweede lid gestelde verbod geldt
niet op werkdagen van maandag tot en met vrijdag,
dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur.
Het college kan van de in het eerste en tweede
lid gestelde verboden ontheffing verlenen.
De ontheffing is persoonsgebonden.
Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende
voertuigen
Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip
van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter
of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te
parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks
gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat
daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers
vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt
belemmerd of hun anderszins hinder of overlast
wordt aangedaan.
Het verbod geldt niet gedurende de tijd die
nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren
van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het
voertuig ter plaatse noodzakelijk is.
Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met
stankverspreidende stoffen (vervallen)
Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door
voertuigen
Het is verboden een voertuig, fiets of
bromfiets te rijden door dan wel deze te doen of
te laten staan in een park of plantsoen of een van
gemeentewege aangelegde beplanting of
groenstrook.
Dit verbod is niet van toepassing:
op de weg;
op voertuigen die nodig zijn en gebruikt
worden ter uitvoering van werkzaamheden door of
vanwege de overheid;
op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is
ingenomen op terreinen die mede of uitsluitend
voor dit doel zijn bestemd.
Het college kan van het verbod ontheffing
verlenen.
De ontheffing is persoonsgebonden.
Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets
Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen
waar het in het belang van het uiterlijk aanzien van
de gemeente, ter voorkoming of opheffing van
overlast, of ter voorkoming van schade aan de
openbare gezondheid, verboden is fietsen of
bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde
ruimten of plaatsen te laten staan.
Afdeling 2
Collecteren
Artikel 5:13 Inzameling van geld of
goederen
Het is verboden zonder vergunning van het
college een openbare inzameling van geld of
goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan
te bieden.
Onder een inzameling van geld of goederen
wordt mede verstaan: het bij het aanbieden van
goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven
of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
diensten aanvaarden van geld of goederen, indien
daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt
gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor
een liefdadig of ideëel doel is bestemd.
3 Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet
voor een inzameling die in besloten kring gehouden
wordt.
Het college kan onder door hem te stellen
voorschriften vrijstelling verlenen van het in het
eerste lid gestelde verbod voor inzamelingen die
gehouden worden door daarbij aangewezen
instellingen.
De vergunning is persoonsgebonden.
Afdeling 3 Venten
Artikel 5:14 Begripsbepaling
In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in
de uitoefening van de ambulante handel te koop
aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
wel diensten op een openbare en in de open lucht
gelegen plaats of aan huis.
Onder venten wordt niet verstaan:
het aan huis afleveren van goederen door of
vanwege degene die dit doet ter exploitatie van
zijn winkel als bedoeld in artikel 1 van de
Winkeltijdenwet;
het te koop aanbieden, verkopen of afleveren
van goederen dan wel het aanbieden van diensten op
jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160,
eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of op
snuffelmarkten als bedoeld in artikel 2:24 lid 2;
het te koop aanbieden, verkopen of afleveren
van goederen dan wel het aanbieden van diensten op
een standplaats als bedoeld in artikel 5:17.
Artikel 5:15 Ventverbod en meldingsplicht
Het is verboden te venten indien daardoor de
openbare orde, de openbare veiligheid of de
volksgezondheid in gevaar komt.
Het is verboden te venten op zondagen en maandag tot
en met zaterdag tussen 22 en 9 uur.
Tien werkdagen voorafgaand aan het venten, moet
hiervan melding worden gedaan aan het college.
Wanneer binnen vijf werkdagen na ontvangst van het
meldingsformulier door het college geen tegenbericht
is verzonden, kan het venten zoals vermeld
plaatsvinden.
Het verbod geldt niet voor zover in het daarin
geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5
van de Wegenverkeerswet.
Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting
Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid
geldt niet voor venten met gedrukte of geschreven
stukken waarin gedachten en gevoelens worden
geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid,
van de Grondwet.
Het college kan de vrijheid van meningsuiting als
bedoeld in het eerste lid beperken door een verbod
in te stellen:
op door het college aangewezen openbare plaatsen,
of
voor bepaalde dagen en uren.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod
als bedoeld in het tweede lid.
Afdeling 4 Standplaatsen
Artikel 5:17 Begripsbepaling
In deze paragraaf wordt verstaan onder standplaats:
het vanaf een vaste plaats op of aan de weg of op
een ander voor het publiek toegankelijke en in de
openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen
of afleveren van goederen of het anderszins
aanbieden van goederen of diensten, al dan niet
gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam,
een wagen of een tafel.
Onder standplaats wordt niet verstaan:
vaste plaatsen op jaarmarkten of markten als bedoeld
in artikel 160 eerste lid onder h, van de
Gemeentewet;
vaste plaatsen op evenementen als bedoeld in artikel
2:24.
Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
Het is verboden zonder vergunning van het
college een standplaats in te nemen of te
hebben.
Het college weigert de vergunning wegens
strijd met een geldend bestemmingsplan.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan
de vergunning worden geweigerd:
indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in
verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke
eisen van welstand;
indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in
de gemeente of in een deel van de gemeente
redelijkerwijs te verwachten is dat door het
verlenen van de vergunning voor een standplaats voor
het verkopen van goederen een redelijk
verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in
gevaar komt.
4.De vergunning is persoonsgebonden.
Hoofdstuk › Afdeling 7
Artikel 4:43
Ter inzameling aanbieden van andere categorieën afvalstoffen aan de
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Tytsjerksteradiel