**1..** Een voorziening kan slechts worden toegekend voor zover:
de noodzaak voor het te bereiken doel langdurig is, tenzij
kortdurende hulp bij het huishouden leidt tot het te
bereiken resultaat;
de te verstrekken voorziening als de
goedkoopst-compenserende voorziening aan te merken is;
de voorziening in overwegende mate op het individu is
gericht;
de kosten van de voorziening in redelijke verhouding staan
tot de resterende technische levensduur van de woonruimte,
het vervoermiddel of de rolstoel.
**2..** Geen voorziening wordt toegekend:
indien de voorziening algemeen gebruikelijk is;
indien de belanghebbende niet woonachtig is in de gemeente
Oegstgeest;
voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de
belanghebbende voorafgaand aan het moment van aanvragen of
het moment van beschikken heeft gemaakt;
voor zover een voorziening als die waarop de aanvraag
betrekking heeft reeds eerder in het kader van enige
wettelijke bepaling of regeling is verstrekt en de normale
afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet verstreken
is, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening
verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet
aan de belanghebbende zijn toe te rekenen, of tenzij
belanghebbende geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de
veroorzaakte kosten;
voor zover er van de zijde van de belanghebbende geen sprake
is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de
situatie voorafgaand aan het optreden van de beperkingen
waarvoor de voorziening wordt aangevraagd;
indien de gevraagde voorziening naar het oordeel van het
college niet medisch of psychosociaal noodzakelijk is;
indien in de persoon gelegen factoren een adequaat en
verantwoord gebruik van de voorziening belemmeren.
HOOFDSTUK 6
Artikel 25
Beperkingen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Oegstgeest 2012