Naar hoofdinhoud
1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990: a. worden de voorlopige aanslagen ingevorderd in 3 gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand, volgende op die waarin het aanslagbiljet is gedagtekend, de tweede een maand na de eerste vervaldag en zo vervolgens. b. worden de overige aanslagen ingevorderd in één termijn, welke vervalt op de laatste dag van de maand volgende op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 2. Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag. 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden gestelde termijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel