Voor openstaande vorderingen betreffende:
onroerende zaakbelasting gebruikers;
onroerende zaakbelasting eigenaren;
precariobelasting;
hondenbelasting;
rioolrechten;
en reinigingsrechten; wordt een voorziening wegens
oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische
percentage van oninbaarheid.
Voor de overige vorderingen wordt een voorziening wegens
oninbaarheid gevormd op basis van een beoordeling op inbaarheid
van de openstaande vorderingen ouder dan drie maanden.
Titel 2.
Artikel 11.