Het college informeert de raad door middel van 2 tussentijdse
rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente
in het lopende boekjaar.
De tussenrapportages worden aan de raad aangeboden op de
volgende tijdstippen:
de eerste rapportage vóór 1 juni van het lopende
begrotingsjaar;
de tweede rapportage vóór 1 december van het lopende
begrotingsjaar;
De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de
programma-indeling van de begroting.
De rapportages gaan in op afwijkingen, zowel wat betreft de
lasten, de geleverde goederen en diensten en indien daar
aanleiding voor is de maatschappelijke effecten. In de
rapportages wordt in ieder geval aandacht besteed aan
afwijkingen van:
inkomsten uit de algemene uitkering;
de geraamde kapitaallasten en de rente-ontwikkeling op
de kapitaalmarkt;
resultaten uit grondexploitatie;
realisatie op begrote subsidieverwachtingen.
Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt
pas een besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn
wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen ten
aanzien van (niet specifiek in de begroting benoemde) zaken, die
de raad bij de vaststelling van de begroting als zodanig
aanwijst.
Titel 1.
Artikel 7.