• - De toeslag voor de alleenstaande van 23 jaar of ouder of de alleenstaande ouder, in wiens woning géén ander zijn hoofdverblijf heeft, bedraagt 20 procent.
  • - De toeslag voor de alleenstaande van 23 jaar of ouder of de alleenstaande ouder bedraagt 10 procent, indien in de woning een ander of meerdere anderen zijn/hun hoofdverblijf heeft/hebben.
  • - In uitzondering op het tweede lid bedraagt de toeslag 20 procent als de ander:- het ten laste komend kind is, of- het meerderjarig studerend kind is als bedoeld in artikel 4 tweede lid van de wet; of- de persoon is die zorg nodig heeft als bedoeld in artikel 4 vijfde lid van de wet.
  • - Aan de alleenstaande of de alleenstaande ouder die géén aantoonbare woonkosten zelf betaalt wordt géén toeslag verstrekt.
  • - Aan de alleenstaande van 21 of 22 jaar wordt géén toeslag verstrekt.