De toezichthouder legt zijn oordeel naar aanleiding van een onderzoek bij
een peuterspeelzaal vast in een inspectierapport.
Indien de toezichthouder oordeelt dat door de houder de bij of krachtens
artikel 2 en 3 gegeven voorschriften niet zijn of zullen worden nageleefd,
vermeldt hij dat in het rapport.
Alvorens het rapport vast te stellen, stelt de toezichthouder de houder in
de gelegenheid van het ontwerprapport kennis te nemen en daarover zijn
zienswijze kenbaar te maken. De toezichthouder vermeldt de zienswijze van de
houder in een bijlage bij het rapport.
De toezichthouder zendt het inspectierapport onverwijld aan de houder, die
een afschrift daarvan zo spoedig mogelijk ter inzage legt op een voor ouders
en personeel toegankelijke plaats.
De toezichthouder maakt het inspectierapport uiterlijk drie weken na de
vaststelling daarvan openbaar.
De toezichthouder stelt burgemeester en wethouders in kennis van de
vaststelling van het rapport.
Artikel 6
Vastleggen onderzoeksresultaten
Onderdeel van Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen Gouda 2011