Naar hoofdinhoud

Artikel 14

de hoogte en de duur van de verlaging

Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand Gouda 2012

1.. Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de verlaging vastgesteld op: a. twintig procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie; b. vijftig procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie; c. honderd procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie. 2.. De duur van de verlaging als bedoeld in het eerste lid wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit tot verlaging opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging. 3.. Het college kan bij volgende verwijtbare gedragingen, voorzover die plaatsvinden binnen twaalf maanden na de bekendmaking van het laatste besluit tot verlaging, de verlaging op een hoger bedrag vaststellen en/of de duur van de verlaging verlengen. 4.. Onder een besluit tot verlaging wordt in dit artikel verstaan een besluit tot verlaging of tot afzien van verlaging wegens dringende redenen, in verband met een gedraging als bedoeld in artikel 12 van deze verordening of de Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand Gouda 2010, artikel 10 van de Afstemmingsverordening Wet investeren in jongeren Gouda 2010, of artikel 9 van de Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ Gouda 2011.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel