Wijzigingen t.o.v. de oude verordening
Er is t.o.v. de oude verordening aan het eerste lid de zin toegevoegd dat het aanvraagformulier kan worden gedownload van de website. De bepalingen van lid 2 en lid 3 uit de verordening gehaald, aangezien artikel 6.4 Wro en artikel 6.1.2.1 Bro al hetzelfde bepalen.
In lid 2 wordt nu bepaald dat een afschrift van de aanvraag wordt toegezonden aan de derde-belanghebbende. In de Nota Ruimtelijke Beoordelingen is in beleidsregel 4 vastgesteld dat de gemeente geen ruimtelijke procedure opstart voordat een planschadeverhaalsovereenkomst tussen initiatiefnemer en gemeente is afgesloten die de afwikkeling van planschade op de initiatiefnemer regelt. In geval van planschade dient de initiatiefnemer dan de schade te betalen en is de initiatiefnemer dus derde-belanghebbende.
In lid 3 is nu bepaald dat de hoogte van het drempelbedrag €500,- bedraagt (i.p.v. €300,-).
Algemene toelichting
Het college heeft een formulier vastgesteld waarmee een verzoek tot tegemoetkoming in de planschade wordt ingediend door de aanvrager. Op dit formulier dient de aanvrager overeenkomstig artikel 6.1, derde lid Wro en artikel 6.1.2.2. Bro het volgende aan te geven:
een motivering / onderbouwing over de hoogte van de aangevraagde tegemoetkoming;
een aanduiding van de oorzaak, bedoeld in artikel 6.1, tweede lid Wro, ter zake waarvan een tegemoetkoming wordt gevraagd;
een aanduiding van de aard van de schade;
een omschrijving van de wijze waarop aan de schade naar het oordeel van de aanvrager tegemoet dient te worden gekomen indien deze geen vergoeding in geld wenst.
Bij ontvangst van de aanvraag tekent het college de datum van ontvangst van de aanvraag op het formulier aan en wordt de aanvrager hierover zo spoedig mogelijk op de hoogte gesteld. In de brief vermeldt het college welk bestuursorgaan over de aanvraag beslist. Dat kan het college zelf zijn, maar in voorkomende gevallen kan het ook Gedeputeerde Staten of de Minister van VROM betreffen. Voor het behandelen van een aanvraag is een wettelijk recht verschuldigd. De hoogte van dit recht is bepaald in lid 3 van dit artikel en bedraagt €500,-. Artikel 6.4, tweede lid Wro bepaalt dat dit drempelbedrag binnen vier weken na de dag van verzending van de mededeling op de gemeenterekening dient te staan ofwel op een aangegeven plaats dient te zijn gestort.