Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III

Artikel 16.

Inrichting accountantscontrole

Onderdeel van Financiële verordening Gulpen-Wittem

1.. De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de wijze waarop de accountantscontrole wordt ingericht, alsmede de aard en de omvang van de daarbij behorende werkzaamheden. 2.. De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de frequentie van de uit te voeren controles. De accountant kan de controlewerkzaamheden zonder voorafgaande kennisgeving uitvoeren. 3.. Ter bevordering van een efficiënte en doeltreffende accountantscontrole vindt zonodig overleg plaats tussen de accountant en (een vertegenwoordiger uit) de raad, de portefeuillehouder financiën en de directeur interne dienstverlening.

Rechtspraak bij dit artikel