In deze verordening wordt verstaan onder:
wet:Wet werk en bijstand (WWB);
peildatum: datum waarop het recht op langdurigheidstoeslag is ontstaan;
sociaal minimum: 101% van de toepasselijke bijstandsnorm vermeerderd met de maximale toeslag als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de wet;
WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;
WSF 2000: Wet Studiefinanciering;
referteperiode: periode voorafgaand aan de peildatum welke voor personen van 21 en 22 jaar 36 maanden bedraagt en voor personen van 23 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar 60 maanden bedraagt
inkomen: inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met dien verstande dat voor de zinsnede ‘een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan’ moet worden gelezen ‘de referteperiode’. Een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van artikel 32 van de wet voor de beoordeling van het recht op langdurigheidstoeslag als inkomen gezien.