**1..** In deze verordening wordt verstaan onder:
Ingezetene: degene die in de basisadministratie van de gemeente is opgenomen en feitelijk in de gemeente zijn hoofdverblijf heeft.
Huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een gezamenlijke huishouding voeren of willen gaan voeren.
Gezamenlijke huishouding: twee of meer personen die hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en die blijk geven zog te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins.
Maatschappelijke participatie: de niet beroeps- of bedrijfsmatige deelname aan culturele, sociaal-culturele, maatschappelijke en recreatieve activiteiten.
Betaalbewijs: kopie van een bank- of giroafschrift, waarop het bedrag van de activiteit waarvoor reductie is aangevraagd staat afgeboekt ten gunste van de instelling die de betreffende activiteit organiseert. Of een kwitantie die voor zover mogelijk is voorzien van de naam en stempel van de instelling, de handtekening van de verstrekker van de kwitantie, de naam van de betaler en het betaalde bedrag in cijfers en of letters.
Kalenderjaar: een jaar van 1 januari tot en met 31 december.
Bijstandsnorm: het bedrag per maand bedoelt in Hoofdstuk 3 paragraaf 3.2 van de Wet werk en bijstand.
**2.** In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt als rekeninkomen aangemerkt het totale jaarinkomen dat het huishouden geniet uit:
winst uit ondernemingen
winst uit aanmerkelijk belang
inkomsten uit arbeid of in de vorm van bepaalde periodieke uitkeringen en verstrekkingen.
**3.** Bij de vaststelling van het rekeninkomen worden in ieder geval de onderstaande inkomensbestanddelen in aanmerking genomen:
Inkomen uit of in verband met arbeid in dienstbetrekking ofwel in verband met arbeid uit zelfstandig uitgeoefend bedrijf of beroep;
een uitkering ingevolge de Algemene Ouderdomswet, de Algemene Nabestaandenwet of de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, dan wel krachtens enige pensioenregeling;
een periodieke uitkering voor algemene bestaanskosten ingevolge de Wet werk en bijstand;
een uitkering ingevolge de Wet uitkeringen Vervolgingsslachtoffers 1940-1945, de Algemene Oorlogsongevallenregeling Indonesië 1940-1945, de Wet Arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, de Wet uitkeringen Burgerslachtoffers 1940-1945, dan wel een buitengewoon pensioen ingevolge de Wet buitengewoon pensioen zeeliedenoorlogsslachtoffers;
een uitkering voor levensonderhoud van een onderhoudsplichtige jegens de (gewezen) echtgenoot of kinderen;
een periodieke uitkering in verband met bedrijfsbeëindiging volgens regelen vastgesteld door de minister van Economische Zaken;
het inkomensbestanddeel ten behoeve van levensonderhoud uit de toelage op grond van de Wet op de studiefinanciering.
**4.** Bij de vaststelling van het rekeninkomen wordt geen rekening gehouden met:
de overhevelingstoeslag;
inkomsten uit overwerk;
de fiscale aftrekposten ingevolge de Wet op de Inkomstenbelasting 1964.
Artikel 1
- Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening Reductie in de kosten van maatschappelijke participatie gemeente Gouda