Naar hoofdinhoud
Het college biedt de raad jaarlijks, in het voorjaar, een ontwerp kadernota ter behandeling en vaststelling aan. De ontwerp kadernota heeft twee functies: Eénmaal per vier jaar: Het college biedt de raad met de ontwerp kadernota een voorstel met ontwerp kaders voor het financiële beleid, als bedoeld in artikel 212 van de gemeentewet, ter besluitvorming aan; Jaarlijks: Het college biedt de raad met de ontwerp kadernota een voorstel ter besluitvorming aan van de algemene financiële beleidskaders en uitgangspunten voor de op te stellen (meerjaren)begroting van het eerstkomende begrotingsjaar, de autorisatie van kredieten, informatievoorziening over actuele ontwikkelingen van het lopende begrotingsjaar en de uitkomsten van de jaarrekening van het afgelopen jaar. Onderstaand volgt per onderdeel een nadere uitwerking van de ontwerp kadernota. De ontwerp kadernota bevat de volgende onderdelen: Eenmaal per vier jaar: Ontwerp kaderstelling van het financiële beleid. De raad stelt in het 1e jaar na aanvang van de nieuwe raadsperiode – of zo spoedig mogelijk daarna – in de kadernota de (bijgestelde) beleidskaders en regels vast, als bedoeld in artikel 212 van de gemeentewet, rondom: - waardering en afschrijving activa - rente - voorzieningen - reserves - weerstandsvermogen & risicomanagement - lokale heffingen - financiering & treasury - grondbeleid & grondexploitatie - lokale heffingen - verstrekking subsidies - verbonden partijen - inkoop en aanbesteding - misbruik en oneigenlijk gebruik Jaarlijks kan, indien nodig, bijstelling plaatsvinden van het vastgestelde beleidskader. Het college draagt zorg voor regels rondom de uitvoering en legt deze voor minimaal de volgende onderdelen vast in een uitvoeringsnota: - waardering & afschrijving activa - rente - reserves & voorzieningen - weerstandsvermogen & risicomanagement - financiering & treasury - lokale heffingen De raad ontvangt, ter kennisname, een afschrift van deze uitvoeringsnota’s. Relatie met de begroting en jaarstukken: In de begroting en jaarstukken worden ten minste de paragrafen opgenomen die zijn voorgeschreven in de regelgeving, het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). In deze paragrafen wordt onder andere voor specifieke onderwerpen, die volgen uit de kaderstelling van het financiële beleid, door het college aan de raad voorstellen gedaan voor te voeren beleid voor de betreffende jaarschijf. In de jaarstukken legt het college over deze onderwerpen in de betreffende paragrafen verantwoording af aan de raad over de realisatie van het voorgenomen beleid. Jaarlijks: (Her)beoordeling en autorisatie van investeringskredieten. Autorisatie van de investeringskredieten vindt plaats bij de vaststelling van de ontwerp kadernota en worden financieel vertaald in de ontwerp meerjarenbegroting; Ontwerp kaders en uitgangspunten voor de op te stellen programma- en financiële (meerjaren) begroting van het eerstvolgende nieuwe begrotingsjaar. Met de vaststelling van de ontwerp kadernota stelt de raad de algemene beleidskaders en uitgangspunten vast voor de op te stellen programma- en financiële (meerjaren) begroting van het eerstvolgende nieuwe begrotingsjaar. Tegelijkertijd wordt met de ontwerp kadernota het subsidieplafond voor het komende begrotingsjaar door de raad vastgesteld; Informatieverstrekking over actuele ontwikkelingen. Met de ontwerp kadernota informeert het college de raad over de uitkomsten van de jaarrekening van het afgelopen jaar en actuele ontwikkelingen van het lopende begrotingsjaar.

Rechtspraak bij dit artikel