Voor de vergoeding voor de werkzaamheden bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Rechtspositie-besluit raads- en commissieleden wordt verwezen naar hetgeen ten aanzien hiervan is vastgesteld door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 4 (24.001 t/m 40.000 inwoners) en voor wat betreft de onkostenvergoeding, zijnde een vergoeding voor kosten verbonden aan het raadslidmaatschap, naar tabel II van het Rechtpositiebesluit raads- en commissie-leden, waarbij ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, de onkostenvergoeding in afwijking van het eerste lid gelijk is aan het bedrag voor gemeenteklasse 4, vermeld in tabel III van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.
De vergoeding, welke in maandelijkse termijnen wordt uitbetaald, is naar evenredigheid van het gedeelte van het kalenderjaar resp. het aantal dagen dat iemand raadslid is geweest.
De tabel met procentuele verdeling van de componenten van de onkostenvergoeding.
Representatie 22%
Vakliteratuur 7%
Contributies, lidmaatschappen 13%
Telefoonkosten 14%
Bureaukosten, porti 10%
Zakelijke giften 3%
Bijdrage aan fractiekosten 25%
Ontvangsten 4%
Excursies 2%
Totaal 100%
Hoofdstuk II
Artikel 2a
Vergoeding voor werkzaamheden en onkostenvergoeding
Onderdeel van Verordening rechtspositie raadsleden Culemborg 2012