Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5

Artikel 14

Kettingbeding

Onderdeel van Subsidieverordening monumenten Culemborg 2011

De in dit hoofdstuk opgenomen subsidieverplichtingen gelden voor zowel de eigenaar aan wie de subsidie wordt verleend als voor iedere opvolgende eigenaar van het gemeentelijke monument of beeldbepalende object, tenzij hierna anders is bepaald. Bij iedere overdracht of overgang van de eigendom, het recht van erfpacht of opstal ten aanzien van een gemeentelijk monument of beeldbepalend object of een deel daarvan, rust op zowel de vervreemdende als de verkrijgende partij(en) de plicht om burgemeester en wethouders hiervan schriftelijk in kennis te stellen, met dien verstande dat wanneer een van de partijen aan deze verplichting heeft voldaan de andere daarvan is ontheven. Bij elke overdracht van de eigendom, het recht van erfpacht of opstal, is de overdragende partij gehouden van de wederpartij te bedingen dat deze laatste de verplichtingen jegens de gemeente, zoals beschreven in dit hoofdstuk, overneemt, met dien verstande dat wanneer de overdracht plaatsvindt na voltooiing van de werkzaamheden, de oplegging van de verplichtingen zoals beschreven in de artikelen 15 en 16, achterwege kan blijven. De overdragende partij is verplicht om burgemeester en wethouders tijdig in kennis te stellen van plaats en tijdstip van overdracht, zodat de gemeente bij de overdracht vertegenwoordigd kan zijn om het ten haren behoeve gemakte beding, als bedoeld in het vorige lid, bij akte te doen aanvaarden.

Rechtspraak bij dit artikel