Bij het te bereiken resultaat van het normaal gebruik kunnen maken
van de woning wordt, naast de algemene afwijzingsgronden zoals
genoemd in artikel 26 van deze verordening, in ieder geval geen
individuele voorziening getroffen indien:
op basis van leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie te
voorzien was dat deze woonvoorziening noodzakelijk zou zijn
en daarmee geen sprake is van een onverwacht intredende
noodzaak;
de problemen bij het normale gebruik van de woning
voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte
materialen;
belanghebbende voor het eerst zelfstandig gaat wonen,
uitsluitend voor zover de voorziening een
verhuiskostenvergoeding betreft;
belanghebbende verhuist vanuit of naar een woonruimte die
niet geschikt is het gehele jaar door bewoond te
worden;
belanghebbende verhuist naar een AWBZ-instelling of een
andere instelling gericht op het verstrekken van zorg;
deze betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke
ruimten, anders dan:
het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren;
het aanbrengen van automatische deuropeners;
het aanbrengen van extra trapleuning(en);
aanleg van een hellingbaan van de openbare weg naar
de toegang van het woongebouw;
aanbrengen van drempelhulpen of vlonders;
een extra trapleuning aanbrengen bij
portiekwoningen;
een opstelplaats voor een rolstoel bij de
toegangsdeur van het woongebouw.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 3.
Artikel 14.
Aanvullende afwijzingsgronden
Onderdeel van Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) gemeente Heumen 2012