**1..** Een belanghebbende komt niet in aanmerking voor een individuele
voorziening, bestaande uit een woningaanpassing, indien hij
eigenaar is van de aan te passen woning, en het in de woning
gebonden vermogen hoger is dan het door het college in het
Besluit vastgesteld bedrag.
**2..** Het in de woning gebonden vermogen als bedoeld in het eerste lid
is gelijk aan de waarde van het huis op grond van de wet
Waardering Onroerende Zaken (WOZ), minus de openstaande hoofdsom
van de geldlening in verband met het op de aan te passen woning
gevestigd recht van hypotheek.
**3..** Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing
indien:
de totale kosten van de noodzakelijk geachte
woningaanpassing bedoeld in het eerste lid niet hoger
zijn dan het door het college in het Besluit vastgesteld
bedrag, of;
de belanghebbende blijkens de schriftelijke afwijzing
van een tweetal erkende kredietverstrekkers niet in
staat is middels het geven van een recht van hypotheek
het vermogen als bedoeld in het tweede lid, te gelde te
maken tot tenminste het bedrag dat nodig is om de
woonvoorziening te realiseren.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 3.
Artikel 17.
Vermogensdrempel
Onderdeel van Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) gemeente Heumen 2012