De budgethouder komt niet voor een persoonsgebonden budget in aanmerking indien:
de budgethouder in gebreke is gebleven bij de verantwoording van een vorig persoonsgebonden budget;
de budgethouder niet meer in staat is tot zelfstandig handelen;
Gedacht wordt aan cliënten met manische buien, verslavingsproblematiek, dementie en verstandelijke beperkingen. Deze weigeringsgrond is niet van toepassing, indien de aanvrager kan aantonen over een bewindvoerder of goed eigen netwerk van mensen te beschikken, die het beheer en het regelwerk namens de aanvrager doen.
de budgethouder het budget niet inzet voor het inkopen van een voorziening op het niveau waarvoor de budgethouder geïndiceerd is. Het budget kan dan teruggevorderd worden;
de verstrekking van een persoonsgebonden budget niet bijdraagt aan het leveren van een adequate voorziening;
het budget is bedoeld voor een tijdelijke situatie;
Er kan geen persoonsgebonden budget worden aangevraagd voor Hulp bij het huishouden voor een periode korter dan zeven weken.
verwacht wordt dat de budgethouder niet met het beschikbare geld om kan gaan.
Dit is het geval als de budgethouder:
a. is toegelaten tot de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP);
b. deelneemt aan een (gemeentelijk) schuldhulpverleningstraject;
c. een budgetbeheersrekening heeft bij Plangroep;
d. onder andere vormen van budgettering valt.
De gemeente zal in deze gevallen gebruik maken van artikel 6 van de Wmo dat stelt dat de gemeente een voorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget kan weigeren als daartegen overwegende bezwaren zijn.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.6
Overwegende bezwaren bij een persoonsgebonden budget
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Houten 2012