**1..** De persoon aan wie een persoonsgebonden budget is verleend is verplicht dit budget te besteden aan de voorziening als genoemd in de toekenningsbeschikking die voldoet aan het programma van eisen.
**2..** De persoon aan wie een persoonsgebonden budget is toegekend in verband met een voorziening bestaande uit een woningaanpassing (niet bouwkundig, vervoersvoorziening (auto, scootmobiel etc.) en rolstoel is in ieder geval verplicht om voor de voorziening, voor zover juridisch mogelijk, een verzekering tegen schade en diefstal af te sluiten.
**3..** De persoon aan wie een persoonsgebonden budget is toegekend voor een zorgvoorziening is verplicht om bij de besteding van het budget, voor zover toepassing, de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek inzake de privaatrechtelijke dienstbetrekking alsmede de bepalingen in de vigerende belastingwetgeving in acht te nemen.
**4..** De persoon aan wie een persoonsgebonden budget is verleend en die met dit budget is overgegaan tot aanschaf van een vervoersvoorziening of hulpmiddel is verplicht om de restwaarde van de voorziening terug te betalen, ingeval de voorziening, niet meer noodzakelijk is of bij een verhuizing naar een andere gemeente. Het gaat hier om een voorziening die op dat moment niet ouder is dan drie jaar.
**5..** Wanneer de persoon aan wie een persoonsgebonden budget is verleend voor huishoudelijke hulp komt te overlijden, naar een andere gemeente verhuist of wanneer het persoonsgebonden budget voor huishoudelijke hulp niet langer noodzakelijk is, eindigt het recht op een persoonsgebonden budget voor huishoudelijke hulp. Ingeval van overlijden eindigt het recht met ingang van de 1e van de maand daaropvolgende, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. In geval van verhuizing eindigt het recht per datum van verhuizing. Wanneer geen sprake meer is van noodzakelijkheid eindigt het recht van een persoonsgebonden budget voor huishoudelijke hulp per direct.
**6..** De budgethouder deelt het college op diens verzoek of onverwijld uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mee waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het persoonsgebonden budget.
**7..** Het college kan aan het persoonsgebonden budget voor de voorzieningen als bedoeld in de verordening verplichtingen verbinden die verband houden met:
de aard van de voorziening;
kwaliteitseisen aan de voorziening;
kwaliteitseisen aan de leverancier van de voorziening;
een rechtmatig en doelmatig gebruik van de voorziening;
een rechtmatige besteding van de middelen;
**8..** Voor het persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden heeft het college aanvullende regels vastgesteld in het Verantwoordingsprotocol PGB Hulp bij het Huishouden.
Hoofdstuk 6.
Artikel 20
Verplichtingen verbonden aan het persoonsgebonden budget
Onderdeel van Besluit Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) gemeente Heumen 2012.