Het college rekent de volgende uitgaven tot kosten van een woningaanpassing:
De aanneemsom, hierin begrepen de loon- en materiaalkosten, voor het treffen van de
voorziening. Indien de voorziening in zelfwerkzaamheid wordt getroffen dan vervalt de post loonkosten en komen alleen de materiaalkosten voor vergoeding in aanmerking;
Het architectenhonorarium tot ten hoogste 10 procent van de aanneemsom met dien
verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald in DNR2005 van de BNA en alleen in die gevallen dat het noodzakelijk is dat een architect de woningaanpassing ontwerpt;De leges voor zover deze betrekking hebben op het treffen van de voorziening;
De verschuldigde en niet verrekenbare of terugvorderbare omzetbelasting;
De door het college (schriftelijk) goedgekeurde kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen zijn;
De kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing;
De kosten van heraansluiting op de openbare nutsvoorziening;
De administratiekosten voor de verhuurder die een woningaanpassing realiseert voor een persoon met beperkingen, voor zover de kosten onder a t/m g meer bedragen dan € 1000,-, 10% van die kosten, met een maximum van € 500,-.
Overige kosten voor zover deze naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor het aanpassen van de woning.
Hoofdstuk 3.
Artikel 6.
Reikwijdte kosten bouwkundige woningaanpassing
Onderdeel van Besluit Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) gemeente Heumen 2012.