Naar hoofdinhoud

Artikel 11

verhuiskostenvergoeding

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning Gouda 2012

Het bedrag voor de verhuiskostenvergoeding als genoemd in artikel 4.1 onder a en in artikel 4.8 van de Verordening bedraagt maximaal € 3.123,90. Het primaat van de verhuizing wordt in ieder geval niet toegepast indien de kosten van een noodzakelijke woonvoorziening, als bedoeld in artikel 4.1 onder b van de Verordening, lager zijn dan € 8.124,17-. Indien het bedrag lager is dan € 3.123,90 mag de belanghebbende niet kiezen, maar wordt de beschikking afgegeven voor woningaanpassing. De kosten voor onderhoud en reparatie, als genoemd in artikel 4.1 onder e van de Verordening, worden volledig vergoed, mits naar het oordeel van het college geen sprake is van nalatigheid van de zijde van de belanghebbende. Het betreft de volgende voorzieningen: stoelliften; rolstoelliften; woonhuisliften; sta-plateaulift of hefplateaulift; de mechanische inrichting voor het verstellen van een in hoogte verstelbaar keukenblok, bad of wastafel; elektromechanische openings- en sluitingsmechanismen van deuren. Voor andere dan in de bovenstaande opsomming genoemde niet bouwkundige- of niet woontechnische woonvoorzieningen, geldt dat de kosten van onderhoud en reparatie van in bruikleen verstrekte voorzieningen voor vergoeding in aanmerking komen. De hoogte van de financiële tegemoetkoming voor het bezoekbaar maken van een tweede woonruimte, als genoemd in artikel 4.4 van de Verordening, bedraagt maximaal € 8.124,17. De hoogte van de financiële tegemoetkoming voor de kosten van tijdelijke huisvesting/dubbele woonlasten als bedoeld in artikel 4.1 lid 1 onder f en artikel 4.11 van de Verordening, bedraagt: de werkelijke kosten met een maximum van € 621,68 per maand als tegemoetkoming in de kosten van het tijdelijk betrekken van zelfstandige woonruimte en het langer moeten aanhouden van de te verlaten woonruimte; de werkelijke kosten met een maximum van € 310,33 per maand ter tegemoetkoming in de kosten van het tijdelijk betrekken van een niet-zelfstandige woonruimte. De hoogte van de financiële tegemoetkoming in de kosten in verband met huurderving als bedoeld in artikel 4.1 lid 1 sub g en artikel 4.12 van de Verordening is afhankelijk van de kale huur van de woonruimte met een maximum van € 621,68 per maand. De hoogte van de financiële tegemoetkoming in de kosten van aanpassingen van woonwagens en woonschepen als bedoeld in artikel 4.15 lid 4 van de Verordening bedraagt maximaal € 2.255,23. De hoogte van de vergoeding van de vervanging van de stoffering in verband met CARA is afhankelijk van de afschrijvingstermijn van het te vervangen artikel. De vergoeding bedraagt een percentage van de kosten te weten: 100% indien het artikel nieuwer is dan twee jaar; 75% indien het artikel tussen de twee en vier jaar oud is; 50% indien het artikel tussen de vier en zes jaar oud is; 25% indien het artikel tussen de zes en acht jaar oud is. indien het artikel 8 jaar en ouder is, wordt geen vergoeding verstrekt. De normbedragen zijn: voor gladde vloerbekleding € 14,47 per benodigde vierkante meter inclusief de egalisatiekosten; voor gordijnen € 16,05 per meter voor rolgordijnen of een ander soort gladde gordijnen. Als bijlage is bij het Besluit gevoegd een lijst met standaard woonvoorzieningen, waarin opgenomen de maximaal uit te keren bedragen per woonvoorziening. De bijlage maakt onderdeel uit van het Besluit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel