De financiële tegemoetkoming voor vervoersvoorzieningen als bedoeld in artikel 5.1 lid 2 van de Verordening is gemaximeerd tot de volgende normbedragen op jaarbasis:
voor de tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een eigen auto, als de aanvrager is aangewezen op het gebruik van de eigen auto, geldt een normbedrag van € 1.161,36;
voor een tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een bruikleenauto, geldt een normbedrag van € 782,52;
voor de tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een eigen auto, als de aanvrager is aangewezen op het gebruik van de eigen auto, geldt een normbedrag van € 1.161,36;
voor een tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een taxi, indien de persoon met beperkingen geen gebruik kan maken van het CVV en niet rolstoelgebonden is, geldt een taxitegoed van € 3055,43 op declaratiebasis of op verzoek van de persoon met beperkingen een financiële bijdrage van € 722,30;
voor een tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een rolstoeltaxi, indien de persoon met beperkingen geen gebruik kan maken van het CVV en rolstoelgebonden is, geldt een taxitegoed van € 3055,43 op declaratiebasis of een maximale financiële bijdrage van € 1.086,61;
voor een tegemoetkoming in de kosten van een ander verplaatsingsmiddel, als bedoeld in art. 5.1 lid 2 onder b van de Verordening, geldt een maximale financiële tegemoetkoming van € 422,39 en bij de indicatie rolstoeltaxi een maximale financiële bijdrage van € 514,73;
de hoogte van een te verlenen financiële tegemoetkoming voor het gebruik van een plaats voor betaald parkeren (art. 5.1, lid 2 onder f van de Verordening) bedraagt maximaal € 64,32;
de hoogte van een te verlenen financiële tegemoetkoming voor het gebruik van een individueel overdekt verplaatsingsmiddel voor vervoer buitenshuis anders dan een auto bedraagt € 675,67.
De hoogte van een persoonsgebonden budget voor de aanschaf van een verplaatsingsmiddel voor vervoer buitenshuis, wordt bepaald aan de hand van de voor vergoeding in aanmerking komende kosten.
De hoogte van een financiële tegemoetkoming voor het aanpassen van een eigen auto wordt bepaald aan de hand van de voor vergoeding in aanmerking komende kosten. Deze vergoeding bedraagt maximaal de kosten van de goedkoopst aanpasbare auto.
Artikel 16
financiële tegemoetkoming vervoersvoorzieningen
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning Gouda 2012