**1..** De toeslag als bedoeld in artikel 3 bedraagt 20 procent van de gezinsnorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft.
**2..** Voor de toepassing van dit artikel worden meerderjarige kinderen met een inkomen tot de grens genoemd in artikel 25 van de wet vermeerderd met 10% van de gezinsnorm, niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft.