1.De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt 20 procent van de
gehuwdennorm voor de alleenstaande vanaf 23 jaar en de alleenstaande ouder vanaf 21 jaar
in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft;
2.De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt 10 procent van de
gehuwdennorm voor de alleenstaande vanaf 23 jaar en de alleenstaande ouder vanaf 21 jaar in wiens woning een ander zijn hoofdverblijf heeft;
3.Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen niet in aanmerking genomen
als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft:
eigen meerderjarige kinderen;
personen die door de belanghebbende worden verzorgd, of personen die voor de belanghebbende zorgen en waarbij er een medische en/of sociale noodzaak voor deze verzorging bestaat.