Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van Binnenhavengeld

Het binnenhavengeld wordt niet geheven ter zake van het gebruik van de  haven: Met een vaartuig, in afwachting van het op of aan een scheepsreparatie-inrichting dokken of herstellen, het voor de eerste maal vaarklaar maken, het wisselen van bemanning, het ontschepen van zieken of doden, mits; a. het gebruik niet langer duurt dan voor een en ander noodzakelijk is en de termijn van zeven dagen niet te boven gaat; b. vooraf en onmiddellijk na afloop van de werkzaamheden hiervan aan de ambtenaar, belast met de heffing of de invordering van belastingen ingevolge artikel 231, tweede lid, onderdelen b en c, van de Gemeentewet, schriftelijk kennis is gegeven onder overlegging van een door de beheerder van de betrokken scheepsreparatie-inrichting afgegeven bevestigende schriftelijke verklaring. Met een hospitaalschip, uitsluitend als zodanig in gebruik.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel