1.Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten
verblijven of te laten lopen:
op een openbare plaats zonder dat die hond aangelijnd is;
op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte
kinderspeelplaats, zandbak, speel- en ligweide of op een andere door het college aangewezen plaats, ook in het geval de hond is aangelijnd;
c.op een openbare plaats zonder voorzien te zijn van een halsband of een
ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.
2.Het college kan plaatsen aanwijzen waar de verboden genoemd in het eerste
lid onder a. en b. gedurende het gehele jaar of een gedeelte daarvan niet
gelden.
3.De verboden genoemd in het eerste lid onder a. en b. gelden niet voor zover
de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn handicap door een
geleide- of hulphond laat begeleiden en de hond als zodanig aantoonbaar
gekwalificeerd is of indien een eigenaar of houder van een hond deze
aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleide- of hulphond.
HOOFDSTUK 2. › AFDELING 11.
Artikel 2:59
Loslopende honden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke verordening van Pekela 2009