1.Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag houtopstanden te vellen of
te doen vellen.
Het verbod geldt niet voor:
alle hagen;
alle soorten coniferen;
alle soorten fruitbomen
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet voor:
wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn geknot;
vruchtbomen en windschermen om boomgaarden;
kweekgoed;
houtopstanden die bij wijze van dunning moeten worden geveld;
e) houtopstanden die deel uitmaken van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen zijn buiten de bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die:
ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are;
ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen;
f) houtopstanden die moeten worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van burgemeester en wethouders.
De vergunning kan worden geweigerd op grond van:
de natuurwaarde van de houtopstand;
de landschappelijke waarde van de houtopstand;
de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;
de beeldbepalende waarde van de houtopstand;
de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;
de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand;
het ontbreken van ernstig gevaar voor omvallen, overlast van bladafval, verstopping van riolering, vermindering bezonning/lichtinval, beperking uitzicht of gevaarzetting voor bouwwerken;
het ontbreken van de vereiste bouw- of aanlegvergunning.
Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften.
HOOFDSTUK 4. › AFDELING 3.
Artikel 4:15
Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke verordening van Pekela 2009